Opvoedcoach



Zelf doen


Onze dochter van drie wil tegenwoordig alles zelf doen. Op zich leuk, maar het kost alleen zoveel tijd en soms hebben we die tijd niet. Hoe lossen we dit op?

Lees meer

Onze dochter van drie wil tegenwoordig alles zelf doen. Op zich leuk, maar het kost alleen zoveel tijd en soms hebben we die tijd niet. Hoe lossen we dit op?

Deze ‘ik kan het zelf’-fase zorgt ervoor dat kinderen leren zelfstandig te handelen. Het zelf proberen en zelf oefenen is heel belangrijk voor de ontwikkeling van uw dochter. Uiteraard blijft uw aanwezigheid als opvoeder belangrijk voor de veiligheid en om haar te begeleiden in dit proces. Wat je daarvoor nodig hebt als ouder is heel veel geduld!

Laat uw kind het zelf ervaren

Als uw kind zelf dingen doet, ervaart ze een gevoel van trots. Dit is belangrijk voor haar zelfvertrouwen. U kunt uw kind op een positieve manier stimuleren door haar te laten helpen met klusjes en taakjes (die ook aansluiten bij haar mogelijkheden) . Kinderen vinden het heel fijn om bij te dragen en dit geeft weer een kans om emotioneel te groeien. Door uw dochter zelf dingen te laten doen die ze ook zelf wil doen, erkent u als het ware haar autonomie. Zij is een individu met eigen wensen, gedachten, behoeften, talenten en een eigen wil. Zij wordt hierin bevestigd door haar zelfstandig dingen te laten doen.

Sluit een compromis

Nu even praktisch. Als je op het punt staat om de deur uit te gaan en weinig tijd hebt, kan het heel frustrerend zijn dat uw dochter zelf haar schoenen wil aandoen. Op dat moment zult u een compromis moeten sluiten. Leg uit waarom er op dat moment geen tijd is voor haar om zelf haar schoenen aan te doen. Geef ook aan dat u goed snapt dat het voor haar heel belangrijk is om het zelf te doen. Zorg dat u een alternatief kan bieden. Als jullie aan het einde van de dag thuiskomen, mag zij uiteraard zelf haar schoenen weer uit doen. Of ze mag bijvoorbeeld helpen met koken. Stel iets leuks in het vooruitzicht. En zorg dat u, wanneer dat mogelijk is tijd inplant de volgende ochtend voor het ‘zelf-de-schoenen-aan-doen’ ritueel. U zult wat extra tijd in moeten plannen voor de drang naar zelfstandigheid van uw dochter.

Geduld, geduld, geduld en begrip

Dat zijn de sleutelwoorden in deze peuterfase. Maar ook duidelijkheid is heel belangrijk. Leg uit wat uw grenzen zijn. Wat kan wel en wat niet en waarom. Houd het wel kort en overzichtelijk, want ze is nog niet in staat om een uur te luisteren naar alle regels en afspraken. Maak er een paar met betrekking tot het ochtendritueel, als dat het moment is waarop de stress dikwijls toeslaat. Bovenal, zorg voor positieve ervaringen, daar groeit ze van!

 



Fanatiek!


Onze dochter van 8 is een fanatieke sporter. Zij kan het ook goed. Ze speelt hockey in het eerste elftal. Het probleem is echter dat, wanneer haar team verliest of er wordt een fout gemaakt door een medespeelster, zij zo boos wordt dat ze uit het veld loopt of heel onaardig reageert. Wij vinden dit […]

Lees meer

Onze dochter van 8 is een fanatieke sporter. Zij kan het ook goed. Ze speelt hockey in het eerste elftal. Het probleem is echter dat, wanneer haar team verliest of er wordt een fout gemaakt door een medespeelster, zij zo boos wordt dat ze uit het veld loopt of heel onaardig reageert. Wij vinden dit als ouders niet kunnen. Verliezen hoor toch ook bij sport?

Winnen en verliezen

Winnen en verliezen, het hoort er inderdaad allemaal bij. Als volwassene kun je meestal zo redeneren. Maar … de realiteit is ook vaak anders. Kijk maar eens naar reacties van topsporters wanneer het niet loopt zoals zij verwacht hadden. Veelvuldig tranen of agressie op en rond belangrijke toernooien. En niet alleen van de sporters zelf. Ook de supporters laten hun emoties vaak de vrije loop. In positieve, maar ook vaak in negatieve zin. Zo moeilijk is het blijkbaar. Fanatisme betekent letterlijk ‘hartstochtelijke ijver’ en gaat vaak gepaard met heftige emoties.

Samen bespreken

Haar fanatisme brengt haar op sportgebied blijkbaar wel ver. Maar het heeft dus ook deze andere kant. Wat kunt u doen? De vraag is of u als ouder hierop moet reageren of dat u dit in eerste instantie aan de coach overlaat. Ons advies is het laatste. De rollen zijn duidelijk. Op het veld zijn de coach en de scheidsrechter aan zet. Opvoeden doet u echter wel samen. Dus er is niets op tegen om er eens het gesprek over aan te gaan met de coach. En dan bedoel ik ook met uw dochter erbij. U kunt dan samen afspraken maken. Misschien voelt uw dochter haar boosheid aankomen, dan is een wissel mogelijk op zijn plaats. Vanuit de sport zijn er termen als ‘fair play’, die haar ook kunnen helpen haar emoties de baas te blijven: welk gedrag past er wel of juist niet op het veld.

Vergelijken

Daarnaast kunt u samen naar andere wedstrijden of sportevenementen op tv kijken en benoemen hoe sporters op een positieve manier met gevoelens voortkomend uit fanatisme omgaan (anderen oppeppen, tegen zichzelf praten, omzetten in lichamelijke acties). Dat helpt haar langzaam maar zeker haar gevoelens beter de baas te blijven.

Gedrag ouder

Het gedrag van ouders langs de lijn is ook een punt van aandacht. Hoe gaan zij om met winst en verlies? Is er voldoende luchtigheid over de prestaties? Is er sprake van positieve aandacht, ook bij verlies? Is er aandacht voor alle kwaliteiten van de kinderen, ook al zijn deze minder opvallend?

Genoeg stof tot nadenken, en er is nog tijd voor uw dochter om hierop te ontwikkelen. Geef in ieder geval complimenten als het wel goed gaat.

 

 



Mediagebruik


Mijn zoon Tijl (7 jaar) kijkt het liefst de hele dag naar een beeldscherm. Het maakt niet uit of dit de tablet, de computer of de televisie is. Ik bedenk van alles om te doen, maar steeds weer krijg ik de vraag of hij op de tablet mag. Het voelt niet goed, maar hoe ga […]

Lees meer

Mijn zoon Tijl (7 jaar) kijkt het liefst de hele dag naar een beeldscherm. Het maakt niet uit of dit de tablet, de computer of de televisie is. Ik bedenk van alles om te doen, maar steeds weer krijg ik de vraag of hij op de tablet mag. Het voelt niet goed, maar hoe ga ik hier mee om?

Dit is een herkenbare vraag. Veel kinderen vinden het gebruik van media leuk en het kan natuurlijk ook leerzaam zijn. Belangrijk is om na te gaan wat de reden is dat uw kind dit wil doen. Is dat voor de gezelligheid, om te ontspannen, ter informatie, om mee te praten, uit verveling of uit gewoonte?

Om een goed afgewogen besluit te maken hoe hiermee om te gaan, is voor ouders de MediaDiamant ontwikkeld. Deze MediaDiamant bestaat uit vijf kanten, met daarin de belangrijkste onderdelen van mediaopvoeding. Het gaat om de volgende onderdelen:

  • Plezier: geniet van de mogelijkheden die media biedt. Laat uw kind media dan ook gebruiken om te leren, te ontspannen en plezier te hebben, zich verder te ontwikkelen en contact te onderhouden met bijvoorbeeld familie.
  • Veilig: voorkom risico’s. Kinderen kunnen dingen te zien krijgen die niet geschikt zijn voor de leeftijd van uw kind. Het is belangrijk om goede en duidelijke afspraken te maken met elkaar over wat wel of niet geschikt is. Grijp in als iets niet goed gaat.
  • Samen: begeleid je kind door samen gebruik te maken van media. Zo verhoog je zowel het plezier als de veiligheid.
  • Inhoud: het is belangrijk dat spelletjes, programma’s en filmpjes aansluiten op de belevingswereld en het ontwikkelingsniveau van uw kind. Wat kinderen op pakken van het kijken naar de tv/tablet/computer is afhankelijk van de leeftijd. Rond deze leeftijd begrijpen kinderen verhalen steeds beter. Kinderen vinden het leuk om series te volgen, omdat ze zich kunnen herinneren wat er de vorige keer gebeurd is. Zo rond de 6 jaar ontdekken ze wat ze op het nieuws zien echt gebeurd is, ze kunnen het alleen nog niet in een breder kader passen. Ze passen het vaak toe in hun eigen situatie. Kinderen zien ook steeds beter het verschil tussen programma’s en reclame. Ze geloven nog alles wat de spotjes hen voorspiegelt. Het is dan ook belangrijk om eerst een keuze te maken voor een programma, filmpje of spelletje en het ook uit te zetten als het programma, filmpje of spelletje is afgelopen. Laat uw kind er eerst vragen of ze op de tablet, computer of tv mag. Vervolgens kunt u vragen: “wat wil je dan doen/zien?” Hierdoor leert uw kind niet zomaar de tablet/computer/tv aan te zetten.
  • Balans: mediagebruik moeten niet de enige activiteiten zijn voor uw kind. Ook (buiten)spelen, tekenen, bouwen en lezen zijn belangrijk activiteiten voor uw kind. Help uw kind door het goede voorbeeld te geven en afspraken te maken over hoeveel tijd uw kind mag besteden aan media (en kom deze afspraak na). Er zijn nog niet echt goed onderbouwde regels voor hoeveel tijd u kind mag besteden aan beeldschermen. Om een beetje houvast te hebben staat voor de leeftijd van 6-8 jaar maximaal 1 uur per dag (verdeeld over periodes van maximaal 30 minuten).

Door naar al deze onderdelen te kijken, kunt u zich naar eigen inzicht een mening vormen over mediagebruik en kinderen. Hierbij speelt uw opvoedstijl en gezinssituatie uiteraard ook een rol. Meer informatie en tips zijn te vinden op de websites van Mediawijsheid, Mediasmarties en Mediaopvoeding.



Veelprater


Vraag: mijn zoon van vier jaar praat de hele dag door met mij. Hij stelt continu vragen en wanneer ik een antwoord geeft, stelt hij alweer een volgende vraag. Ik word er moe van en kan nauwelijks met mijn partner praten. Hij zit er steeds tussen.

Lees meer

Vraag: mijn zoon van vier jaar praat de hele dag door met mij. Hij stelt continu vragen en wanneer ik een antwoord geeft, stelt hij alweer een volgende vraag. Ik word er moe van en kan nauwelijks met mijn partner praten. Hij zit er steeds tussen.Kleuters zijn de hele dag bezig de wereld te ontdekken en stellen daarover dus heel veel vragen. Waarom, waarom, waarom? Alles wat voor ons heel gewoon lijkt , is voor hen een ontdekkingstocht. Ze willen van alles weten en daar hebben ze de volwassenen om zich heen dus ook bij nodig. Waarom is de lucht blauw? Waar gaan de wolken naartoe? Hoe komt een baby in de buik van de mama? Waarom wordt er niet meer geld gemaakt, dan kan iedereen rijk zijn? Geef daar maar eens antwoorden op. Dat valt lang niet altijd mee. Toch is het ook in deze leeftijdsfase erg belangrijk met je kind in gesprek te zijn. Ook al kost dat soms moeite, tijd en energie. Je kunt bijvoorbeeld samen op onderzoek uitgaan om antwoorden te vinden op al deze vragen. Samen naar de bibliotheek gaan of op de tablet zoeken naar antwoorden is ook een leuke bezigheid voor beiden.

Stel grenzen

Natuurlijk mag je ook grenzen stellen. Opvoeden is hier namelijk ook aan de orde. Je vormt samen een gezin, met je partner en eventuele andere kinderen. Daar hoort dan ook bij dat je kind niet altijd in het middelpunt hoeft te staat. Op deze leeftijd leren kinderen stap voor stap dat andere mensen ook behoeftes en gevoelens hebben. Kortom, je kind leert zich in te leven in de ander, tenminste als hij dit ook krijgt aangereikt door zijn omgeving, de ouders of bijvoorbeeld de leerkrachten op school. Door zijn enthousiasme en leergierigheid zal hij hier nog wel moeite mee hebben.

Maak afspraken

Het is aan te raden momenten in te bouwen dat je kind bezigheden heeft waarbij jullie even niet in gesprek zijn. Spreek duidelijk met je kind af dat hij jullie dan met rust laat en jullie hem. Dat heeft als voordeel dat je ook beiden letterlijk tot rust komt. Daarnaast zijn mijmeren, jezelf verwonderen en wegdromen waardevolle ‘bezigheden’. Het is fijn wanneer je als kind (en volwassene!) ook kunt genieten van alleen zijn, jezelf vermaken en rustpunten. Hierbij worden ervaringen verwerkt en er ontstaan waardevolle inzichten. Ook dat zijn belangrijke onderdelen van de opvoeding.

Blijf positief

Jouw vraag wordt hiermee wellicht niet eenduidig beantwoord. Het antwoord zit juist in de combinatie van de drie hierboven genoemde punten: blijf in gesprek met je kind, stel grenzen wanneer zijn contact ten koste dreigt te gaan van andere relaties binnen je gezin en bouw momenten van rust in voor zowel je kind en jezelf. Wanneer je dit alles op een positieve manier aanpakt, dus niet vanuit corrigeren, maar juist vanuit het erkennen van ieders behoefte dan komt het zeker goed.

 



Eenkennigheid


Onze zoon Remco (9 maanden) is een actief, speels mannetje. Hij  was altijd een allemansvriend. Je kon hem rustig bij iedereen achterlaten. Sinds kort is dat niet meer het geval. Hij huilt al als we bij mijn zus zijn en ik even naar het toilet ga. Ik snap niet zo goed waar dit ineens vandaan […]

Lees meer

Onze zoon Remco (9 maanden) is een actief, speels mannetje. Hij  was altijd een allemansvriend. Je kon hem rustig bij iedereen achterlaten. Sinds kort is dat niet meer het geval. Hij huilt al als we bij mijn zus zijn en ik even naar het toilet ga. Ik snap niet zo goed waar dit ineens vandaan komt.

Ik kan me voorstellen dat, dat voor jou een hele verandering is zo ineens. Gezien de leeftijd van Remco klinkt dit als verlatingsangst en/of eenkennigheid. De meeste baby’s hebben zo’n fase waarbij ze niet gescheiden willen worden van de ouder(s). Verlatingsangst en eenkennigheid komen meestal tegelijkertijd voor. Hiermee krijg je voor het eerst te maken als het kind zo tussen de 6 en 9 maanden oud is. Het is normaal gedrag dat hoort bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.

Zo tussen de 6 en 9 maanden kan uw kind steeds beter denken in beelden, ook als dat beeld even tijdelijk niet zichtbaar is. Uw kind gaat zich dus afvragen waar u bent als u niet in zijn nabijheid bent en of u terugkomt. Dit wordt verlatingsangst genoemd. Ook leert uw kind vreemden van bekenden te onderscheiden. Hij gaat zich hechten aan de voor hem meest vertrouwde personen en wordt eenkennig. Uw kind wordt angstig als de personen waaraan hij gehecht is weggaan.

Verlatingsangst en eenkennigheid horen  bij de sociaal emotionele  ontwikkeling van een kind en gaan vanzelf over (meestal rond tweede verjaardag, maar kan ook later). Het is zelfs een belangrijke stap in Remco zijn ontwikkeling! U hoeft zich hier dan ook geen zorgen over te maken. U kan deze fase niet voorkomen of tegengaan. Wel kan u proberen uw kind zoveel mogelijk te helpen door:

  • Kiekeboe-spelletjes te spelen met uw kind. Zo leert hij dat u er nog steeds bent ook al kan hij u niet zien.
  • Als uw kind een lievelingsknuffel heeft kan die troost bieden. Die is vertrouwd en geeft hem een veilig gevoel.
  • Geef uw kind de tijd om ergens te wennen. Blijf even bij hem voordat u weggaat.
  • Zorg voor een duidelijk en vast afscheidsritueel. Ga niet stiekem weg, hierdoor leert uw kind dat u opeens kan verdwijnen en zal hij zich minder veilig voelen. Vertel dat u even weggaat, wat u gaat doen en dat u weer terugkomt.
  • Als u afscheid heeft genomen dan is het ook het beste om dan te gaan. Anders wordt het alleen maar verwarrend voor uw kind.
  • Besteed aandacht aan het ‘thuiskomen’.  Voor uw kind is uw thuiskomst een afsluiting van uw afwezigheid. Knuffel met uw zoon en/of speel even samen. Zo leert uw zoon ook dat het leuk is als u weer thuiskomt.
  • Neem de verlatingsangst en eenkennigheid serieus en maak het niet belachelijk. Laat vrienden/ familie weten dat uw kind in deze fase zit en laat ze langzaam aan elkaar wennen en het contact opbouwen.


Mijn dochter van 7 heeft wat moeite met lezen


School heeft aangeraden om thuis wat vaker te oefenen, maar mijn dochter is totaal niet gemotiveerd. Wat kan ik daar aan doen? Motivatie Allereerst is het goed om te weten dat in basis vrijwel alle kinderen de natuurlijke motivatie bezitten om nieuwe dingen te leren. Dit begint al van kleins af aan. Zij proberen allerlei […]

Lees meer

School heeft aangeraden om thuis wat vaker te oefenen, maar mijn dochter is totaal niet gemotiveerd. Wat kan ik daar aan doen?

Motivatie

Allereerst is het goed om te weten dat in basis vrijwel alle kinderen de natuurlijke motivatie bezitten om nieuwe dingen te leren. Dit begint al van kleins af aan. Zij proberen allerlei vaardigheden eigen te maken. Die motivatie die van nature aanwezig is, noemen we intrinsieke motivatie. Kinderen voelen zelf de behoefte om te willen leren, weten en kunnen.

Motivatie van buitenaf

In de loop van de basisschool kan er, door allerlei verschillende factoren, verandering optreden in de motivatie van kinderen. Uit onderzoek is gebleken dat wanneer bij kinderen de nadruk op motivatie van buitenaf wordt gelegd , de motivatie vanuit henzelf minder wordt. Het is dus belangrijk om goed te kijken naar je kind.  Bijvoorbeeld het behalen van goede resultaten op school of het motiveren bij het maken van een moeilijkere puzzel.

Kindgericht

Kinderen weten zelf vaak prima wat er goed gaat en ook wat er minder goed gaat. Wanneer een kind van de directe omgeving het gevoel krijgen dat hij of zij móét leren wordt dit vaak minder aantrekkelijk. Dat waar je goed in bent, zorgt vaak voor voldoende motivatie om het te gaan doen. Wanneer iets minder makkelijk gaat vraagt het meer van jezelf en kan dit er voor zorgen dat je minder gemotiveerd bent.

Verwachtingen en mogelijkheden

Daarnaast is het van belang om goed te kijken naar de match tussen verwachtingen en mogelijkheden van kinderen. Wanneer uw kind, ondanks dat hij/zij het echt probeert niet mee kan komen, kan dit demotiverend werken. Naast dat uw kind het tegengestelde effect bereikt, kan dit van invloed zijn op het zelfvertrouwen van uw kind.

Mogelijkheden van uw kind

Het is belangrijk om vroegtijdig in te stappen en aan te sluiten op mogelijkheden van uw kind. Praat er met uw kind over en kijk samen naar mogelijke oplossingen. Houd resultaten bereikbaar en wees ervan bewust dat het proberen ook een prestatie is. Niet alleen het eindresultaat telt.  Probeer de momenten om te oefenen zo aan te passen dat het jullie ook iets brengt. Zo zouden jullie er ook een mooi moment samen van kunnen maken. Lees elkaar voor en zoek boekjes of teksten die aansluiten bij de interesse.  Maak er een gezamenlijk moment van, dan brengt het ook iets en kunt u de negatieve cirkel doorbreken.  Vergeet niet, proberen is leren!



Middagslaapje


Onze dochter van 3 wil niet meer slapen tussen de middag. Ik denk dat ze nog wel een middagdutje kan gebruiken, want om 17.00 uur is er geen land met haar te bezeilen.  Wat raadt u aan?

Lees meer

Onze dochter van 3 wil niet meer slapen tussen de middag. Ik denk dat ze nog wel een middagdutje kan gebruiken, want om 17.00 uur is er geen land met haar te bezeilen.  Wat raadt u aan?

Jullie dochter lijkt weer een grote stap te nemen. Ze neemt het heft in handen en zegt: “Ik wil niet slapen.” Het is best lastig om erachter te komen waar je goed aan doet in deze situatie. Vaak merk je na een middagslaapje dat je kind in de avond  lang wakker is. Geen middagslaapje heeft echter tot gevolg dat je dochter aan het einde van de middag bijvoorbeeld erg moe, opstandig  of huilerig is.

Rustuurtje

Gelukkig zijn er allerlei wegen die  naar Rome leiden. Je kunt in plaats van een slaapje een rustuurtje inbouwen.  Slapen hoeft niet, maar even rust inbouwen zal haar goed doen. Dit kan in haar eigen kamertje, maar ook in de woonkamer op een vast plekje, met wat (niet teveel) speelgoed om haar heen, lekker op een kleed. Je kunt daarbij zelfs een rustig muziekje aanzetten. Wanneer je dit elke dag doet, dan zal je dochter hieraan wennen. Ze zal de dag dan beter kunnen volhouden, omdat jullie toch een pauze hebben ingelast.

Middagslaapje om de dag

Een andere oplossing is dat jullie dochter bijvoorbeeld om de dag nog wel een middagslaapje doet. Zo ontstaat er een soort overgangssituatie. Je kunt dit per dag in de ochtend met haar bespreken. Maak het ook zichtbaar met een plaatje: “Kijk, vandaag hangt het plaatje met slapende beer op de koelkast, dat betekent dat je een middagdutje gaat doen”. Ze kan zich daar dan ook op instellen. Mocht blijken dat ze de middag steeds beter volhoudt dan kun je het aantal dagen dat ze niet slaapt uitbreiden.

Uitgerust kind

Vaak zie je dat kinderen in bepaalde situaties nog even terugvallen, bijvoorbeeld in de vakantie. Nieuwe indrukken, veranderingen of  ziek zijn maken dat een kind soms rond het middaguur weer toe is aan een slaapje. Gewoon aan toegeven, liever een uitgerust kind dat wat later naar bed gaat in de avond, dan een ongezellige middag door vermoeidheid. Hoe meer ontspannen jullie ermee omgaat des te soepeler zal deze overgang verlopen.



Hoe kan ik een gesprek aangaan over de schooldag van mijn kind?


Als mijn dochter van 4 uit school komt  wil ik graag weten hoe haar dag is geweest. Maar zij vertelt nauwelijks iets als ik haar ophaal. Waarom niet?

Lees meer

Als mijn dochter van 4 uit school komt  wil ik graag weten hoe haar dag is geweest. Maar zij vertelt nauwelijks iets als ik haar ophaal. Waarom niet?


Verwerken van prikkels

Jouw kleuter heeft na een hele dag op school haar vol hoofd van met alle informatie die ze gedurende de dag ontvangen heeft. Haar brein is al deze prikkels nog aan het verwerken op het moment dat ze uit school komt. Vaak vinden kinderen in deze leeftijd het fijn om even met iets heel anders bezig te zijn. Door lekker buiten te bewegen, verwerken ze alles wat er die dag aan de orde is gekomen. Op het moment dat er weer rust is gekomen in het hoofd van je dochter (bijvoorbeeld tijdens het avondeten of soms pas in bed) komen de vragen en verhalen. Op zo’n moment kan je als ouder luisteren. Laat je kind rustig vertellen. Je kunt dan door open vragen te stellen het gesprek verdiepen. Ook komen de verhalen bij kinderen in deze leeftijd vaak associatief, het plopt ineens weer op in het hoofd als ze iets zien of horen dat ermee te maken heeft.

Als je als ouder graag het initiatief tot een gesprekje wilt nemen

Zorg dat er gelegenheid is om een gesprekje  te hebben. Creëer een moment met rust en échte aandacht. Laat merken dat je er bent en probeer niet tegelijkertijd andere dingen te doen, zoals koken, de was opvouwen of  WhatsApp’en. Een vraag als: “hoe was het op school?” wordt meestal gevolgd door het antwoord: “leuk”. Dan weet je als ouder nog niets. Stel open en concrete vragen en sluit aan bij de dingen die je al weet. Als je een vraag stelt over de klas of over de materialen zet je ze aan het denken. Bijvoorbeeld  “naast wie zat je vandaag in de kring?” of “in welke hoek heb je gespeeld?”.  Bekijk waar je kan aansluiten bij haar interesse. Door  bijvoorbeeld als ze aan het knutselen is, te vragen of ze dat op school ook wel eens doet. Wellicht ontlok je zo bij haar een reactie en wil ze er dan meer over vertellen. Informeer ook  eens bij de leerkracht of de pedagogisch medewerker van de BSO. Wellicht levert informatie van hen aanknopingspunten op voor een gesprek met je dochter. Wanneer je dit zonder oordeel doet, bijvoorbeeld door alleen te zeggen “ik hoorde dat je met Sara in de huishoek had gespeeld” is de kans groot dat je dochter hierop ingaat.

Uit school naar de BSO

Een belangrijk moment op de dag is de overgang  van school naar de BSO. De pedagogisch medewerkers zijn alert op hoe kinderen uit school komen. Welke indruk maken ze? De pedagogisch medewerkers kennen de kinderen goed. Ze hebben een luisterend oor en gaan in op wat de kinderen vertellen. Als ze de indruk hebben dat een kind niet lekker in zijn vel zit, zorgen ze dat er ruimte is om in gesprek te gaan. Uitgangspunt is dat een kind zich veilig en vertrouwd voelt. Door spel en begeleiding van activiteiten komen allerlei onderwerpen aan bod. Zo ontstaat er ruimte om de dingen die hen bezig houden te delen. De pedagogisch medewerkers stellen ook concrete vragen: “is er iets gebeurd vandaag op school waar je om moest lachen?” Of: “is er iets gebeurd waar je verdrietig van bent geworden?” Soms is het genoeg om het gevoel van het kind te benoemen: ”ik zie dat je verdrietig bent”, dat kan een kind al uitlokken tot het delen van wat er in zijn hoofd omgaat. Dan wordt er geluisterd met echte aandacht en voelt een kind zich gehoord.



Mijn dochter wil een mobiele telefoon. Wat moet ik doen?


Onlangs kwam mijn tienjarige  dochter bij mij met de vraag of zij een mobieltje mocht hebben. Iedereen in haar klas heeft er één volgens haar. Eigenlijk vind ik haar nog te jong. Wat moet ik doen?

Lees meer

Onlangs kwam mijn tienjarige  dochter bij mij met de vraag of zij een mobieltje mocht hebben. Iedereen in haar klas heeft er één volgens haar. Eigenlijk vind ik haar nog te jong. Wat moet ik doen?

Ik begrijp uw dilemma. Ook mijn dochter kwam op een dag thuis met deze vraag. Ik vond het helemaal nog niet nodig maar zij duidelijk wel. Wees eens eerlijk, kunt u nog zonder mobiele telefoon? Er zijn nog maar weinig volwassenen te vinden die het hier mee eens zijn. En daardoor zien kinderen ook vaak volwassenen met een mobiel in de hand. En wanneer een aantal vriendjes een telefoon hebben, is het hek van de dam. Het is dus niet vreemd dat uw dochter u deze vraag stelt.

Levensfase

Uw dochter bevindt zich in een leeftijdsfase waarin de omgang met leeftijdgenoten steeds belangrijker wordt. Met leeftijdgenoten bespreken zij alles wat zij belangrijk vinden. Kinderen meten hun gevoel van eigenwaarde af aan deze leeftijdsgenoten. De mening van de groep over bepaalde zaken wordt belangrijk én gezien als waarheid. Vrienden en vriendinnen zien elkaar ook op school, maar het bijkletsen blijft lang niet alleen beperkt tot daar. Ook het online contact hebben met elkaar, via allerlei kanalen speelt een belangrijke rol bij het onderhouden van hun sociale contacten. De hele dag door worden muziek, films, foto’s en trends gedeeld.

Vertrouwen

Het is belangrijk dat uw kind vertrouwen krijgt in het zelf keuzes kunnen en mogen maken zonder alles te moeten overleggen met de ouders. Dat vergroot hun zelfstandigheid. Blijf als ouder wel betrokken. Bespreek het telefoongedrag. En hoe ga je om met bijvoorbeeld Facebook. Wat zeg je wel en wat zeg je niet? Bespreek met uw dochter dat geschreven tekst heel anders kan overkomen dan gesproken tekst.

Afspraken

Nu hoeft u natuurlijk niet gelijk een dure telefoon aan te schaffen. U kunt ook beginnen met een eenvoudige telefoon. Maak afspraken over het gebruik. Spreek bijvoorbeeld af dat de telefoon op bepaalde momenten, bijvoorbeeld tijdens het eten of huiswerk maken, op een afgesproken plek ligt. Bovendien zitten er voor u als ouder ook voordelen aan dat uw kind een mobiele telefoon heeft. Uw dochter is bereikbaar en kan bellen als er iets is. As ouder kan daarentegen contact houden met uw kind over bijvoorbeeld de tijd dat zij thuis wordt verwacht. Dit is ook gelijk de belangrijkste reden waarom ouders akkoord gaan met de aanschaf van een mobiele telefoon.



Wanneer start ik met voorlezen voor mijn kind?


Voorlezen, wanneer begin je daar nu aan? Wanneer je kind geboren is, is het waarschijnlijk niet een van de eerste zaken die je oppakt.

Lees meer

Voorlezen, wanneer begin je daar nu aan? Wanneer je kind geboren is, is het waarschijnlijk niet een van de eerste zaken die je oppakt. Kinderen willen ontdekken en zullen zich in eerste instantie vooral bezig houden met het vasthouden van het boekje, het in hun mond stoppen of ‘spelen’ met de bladzijdes. Geef kinderen ook vooral de kans om het ‘lezen’ op deze manier te ontdekken. Knisperboekjes zijn ook altijd enorm favoriet bij de kleintjes.

Wat is belangrijk?
Vertel en praat met je kind wat er in het boekje te zien is. Het is voor kleine kinderen al heel fijn om naar jouw stem te luisteren. Je hoeft je daarbij niet exact aan de tekst van het boek te houden. Wanneer ze nog heel jong zijn, vinden baby’s afbeeldingen met veel contrast en cirkelvormen vaak al erg interessant. Grote kans dat jouw kind het plaatje volgt met zijn ogen en zijn hoofd meedraait.
Kinderen vanaf een jaar of een tot anderhalf vinden afbeeldingen met vrolijke kleuren leuk om naar te kijken. Vaak zijn de eerste woorden van kinderen actiewoorden zoals eten en lopen. Plaatjes nodigen uit om woorden te koppelen aan wat het kind ziet. Uit onderzoek is gebleken dat lezen met je kind op schoot de taal- en spraakontwikkeling van je kind stimuleert. Ook verhoogt het de concentratie.

Laat je bij het voorlezen leiden door de reacties van je kind en niet door het boekje. Op die manier sluit je beter aan bij de interesse en wordt het een moment van jullie samen. ’s Avonds voor het slapen is een goed moment hiervoor. Nog even een momentje samen voordat je kind gaat slapen. Voor veel ouders is dit onderdeel van een vast ritueel voor een kind gaat slapen.

Herhaling
Soms zijn kinderen compleet weg van een boekje. Kinderen houden van voorspelbaarheid. Het kan zijn dat jij dat bepaalde boekje zat bent, maar je kind er steeds weer behoefte aan heeft om het te lezen. Herhaling is goed voor kinderen. Zij krijgen hierdoor de kans om een beleving of idee eigen te maken. Het kan ook gebeuren dat een kind er even helemaal geen zin in heeft om te lezen. In dat geval, morgen weer een nieuwe dag!

Een eigen boekje …
Er is heel veel keus op het gebied van kinderboeken. Natuurlijk kun je ook zelf een boekje samenstellen voor je kind. Je plaatst er foto’s in van bekenden, dieren of speelgoed. Sluit aan bij je kind, een hele mooie manier samen tijd door te brengen, aan te sluiten op de belevingswereld van je kind en om de woorden die hij kent te oefenen en uit te breiden.